‘T is Nimmerdor rontsom, van boven en ter zijen:
Wie sou, dit siende, niet vernoegen, en verblijden!
Verblijden met sijn God, die in dit Paradijs
Een vreughd ons gunt en geeft op allerhande wijs.
Meyster noemt hier Nimmerdor een paradijs. En na Meysters tijd is er een weg langs het bos Nimmerdor aangelegd die de Paradijsweg heet. Kennelijk maakte de tuin een paradijselijke indruk, maar wat betekende dat precies? Hoe zag een paradijs er volgens Nimmer-dor berymt uit, en lijkt dat een beetje op hoe jij je een paradijs voorstelt?

Lees, als je dat nog niet gedaan hebt, eerst de homepage van deze site voor je verder gaat.
Verbeelden kun je op een aantal manieren doen. Je kunt:
– optie 1: beelden bij de tekst vormen.
– optie 2: met jezelf in gesprek gaan over wat je leest.
– optie 3: proberen te ruiken, voelen of horen wat je leest.
In dit geval kiezen we voor optie 1.
Verbeelden
Opdracht 1: Schrijf voor jezelf in maximaal 10 woorden op welke beelden het woord ‘paradijs’ bij jou oproept.
- Tip 1: Ga bij jezelf na of een paradijs fijne, of ook nare beelden oproept. Als je kijkt naar afbeeldingen van het paradijs uit de tijd van Meyster, bijvoorbeeld door te zoeken in de verzameling van het Rijksmuseum, dan zie je dat de verdrijving uit het paradijs het vaakst door schilders is verbeeld. Dat was de verdrijving van de eerste mensen Adam en Eva, die in de bijbel door God uit het Paradijs verdreven worden omdat ze zich niet aan Gods voorschriften houden.
Ook in latere tijden sprak vooral dat verhaal tot de verbeelding van kunstenaars. Hier zie je een zeefdruk van Lucebert uit 1970 (© Rijksmuseum, RP-P-2010-222-205): linksboven een zittende bebaarde man van wie een oog wordt uitgedrukt, linksonder een oranje wegrennende man die met een zwaard achterna wordt gezeten, rechtsboven Adam die verdreven wordt door een engel die ook een zwaard draagt.
Verklanken en vertalen
‘T is Nimmerdor rontsom, van boven en ter zijen:
Wie sou, dit siende, niet vernoegen, en verblijden!
Verblijden met sijn God, die in dit Paradijs
Een vreughd ons gunt en geeft op allerhande wijs.
Als je 17e-eeuws Nederlands hardop voorleest, begrijp je het vaak beter. Dat komt omdat je dan op de klanken van woorden let (het klankbeeld), en niet op hoe woorden gespeld zijn (het woordbeeld).
Zo staat er in dit fragment ‘vreughd’ waar we nu ‘vreugd’ schrijven. Als je ‘vreugd’ hardop voorleest, valt dat verschil weg en hoor je opeens welk woord er staat.
Opdracht 2: Misschien lees je wel nooit (meer) voor, en is dit even wennen. Maar lees de zinnen uit Nimmer-dor hierboven een paar keer hardop voor jezelf voor. Ga ergens zitten waar niemand je kan horen, of doe het allemaal tegelijk in je klas, maar maak er wat moois van!
- Tip: Kijk even of je alle komma’s in de tweede regel begrijpt. Kun je er misschien wat weglaten bij het voorlezen, en loopt de zin dan beter
Opdracht 3: Lees de zinnen nog eens hardop voor en probeer of je er een ritme in kan vinden.
- Tip: Om dat ritme je kunt kijken welke delen van woorden (lettergrepen) meer nadruk (klemtoon) krijgen.
Opdracht 4: Lees de zinnen nog eens hardop en kijk of je sommige woorden anders uit kunt spreken dan ze er staan, zonder dat je het ritme van de zinnen verandert.
- Tip: bijvoorbeeld ‘sijn’ kan ‘zijn’ worden.
Opdracht 5: Lees nu de zinnen nog eens hardop, maar doe nu alsof je ze aan iemand voorleest.
Nu gaan we de zinnen vertalen, omdat dat je dan te weten komt wat de woorden in die zinnen in de 17e eeuw betekenden, en hoe de zinnen in elkaar zitten.
Naar wie verwijst bijvoorbeeld het woordje ‘sijn’ in de 3e regel, en hoe sluit die regel dus aan bij de vorige?
Opdracht 6: gebruik het online historische woordenboek WNT om alle woorden op te zoeken in dit fragment die je of niet kent, of waarvan je denkt dat ze in de 17e eeuw misschien iets anders betekenden dan nu.
- Tip 1: Een handleiding voor het gebruik van dit woordenboek vind je hier.
- Tip 2: In het 17e-eeuws maakten schrijvers heel vaak zogenoemde ‘beknopte bijzinnen’. Daarvan zit er ook één in dit fragment: “dit siende”. Kenmerk van een beknopte bijzin is dat er geen onderwerp in staat, geen persoonsvorm en geen voegwoord. Bij een vertaling, schrijf je die er wel in. Regel 2 wordt dan bijvoorbeeld: “Wie zou, als hij dit ziet, ….”
Opdracht 7 gebruik een chatbot om een vertaling voor je te laten maken.
- Tip 1: Je kunt de chatbot gebruiken die je meestal gebruikt.
- Tip 2: Misschien werkte je tot nu toe niet met chatbots, omdat ze veel energie gebruiken, of door bedrijven worden ontwikkeld die je niet wilt steunen. In dat geval is deze chatbot OLMo wellicht toch een optie voor je. Deze chatbot komt er in de The European Open-Source AI Index vergelijkenderwijs het beste uit als het gaat om respectvol gebruik van bronnen en energie.
- Tip 3: Als je een chatbot gebruikt, vraag dan goed door. Is de eerste vertaling die je terugkrijgt al goed, of zie je zelf dingen die de chatbot verkeerd doet (bijvoorbeeld omdat jij in het WNT een andere betekenis van een woord gevonden hebt dan de chatbot). Als je een chatbot gebruikt, vraag dan goed door. Is de eerste vertaling die je terugkrijgt al goed, of zie je zelf dingen die de chatbot verkeerd doet (bijvoorbeeld omdat jij in het WNT een andere betekenis van een woord gevonden hebt dan de chatbot). Welke verschillen zie je, of wat kun je verbeteren aan wat de chatbot voor je maakte?
Opdracht 8: leg alle informatie die je hebt nu naast elkaar, en maak een prozavertaling van het fragment die te begrijpen is voor je
Verbinden
Het bijbelse paradijs
T is Nimmerdor rontsom, &c.
Beneên, en over al, van niemand te benijen,
Een Edon voor den mensch; mits m’ in haer ommeswier
Daer wandelende schept een Edonsche playsier.
Opdracht 9: Het hemelse paradijs werd in de bijbel ook ‘Eden’ genoemd, en die naam gebruikt Meyster hier ook. De tuin Nimmerdor is als “een Edon voor den mensch”. Maar alleen op voorwaarde dat [=mits] men er “in haer ommeswier [=al bewegend]/Daer wandelende schept een Edonsche playsier [=plezier, genoegen]”. Wat zou “Edonsche playsier” kunnen zijn, als je weet dat in de bijbel onder andere dit staat over het paradijs: “Ende Godt hadde vanden beghinne gheplant een Lust paradijs, waer in hy ghestelt heeft den mensch die hy ghefatsoent hadde. (Gen. 2:8, Moerentorfbijbel).
Opdracht 10: Meyster omschrijft Nimmerdor als “vol van hemelsche geneught, vol aerdsche leckernijen.” Zijn aardse lekkernijen en hemelse genot hier hetzelfde, denk je?
Opdracht 11: Meyster schrijft in Nimmerdor ook dat de tuin als paradijs “een vyand van het quaet [=kwaad]” is, en een “tegen-gift voor snoode guyterijen [sluw, gemeen gedrag]”. Welke functie heeft het hemelse paradijs hier?
Het klassieke paradijs
T is Nimmerdor rontsom, van boven en ter zijen:
Soo steets doorgroent door all’ haer leden, en partijen,
Als ‘t Elyseesche veld, daer men van ouds af songh,
Dat voor geen Helden oyt het minste groen vergongh.
De Grieken en Romeinen hadden het in de klassieke Oudheid over de Elysese velden, waar de helden na hun dood konden wonen. Een paradijs voor de helden dus, maar deze velden lagen wel in de onderwereld, ondergronds dus.
Opdracht 12: Waarom vergelijkt Meyster Nimmerdor met dit klassieke beeld van het paradijs, denk je?
Opdracht 13: De Romeinse dichter Vergilius schreef een heel beroemd gedicht, de Georgica, waarin hij het platteland (in tegenstelling met het rumoer en gekonkel in de stad) als paradijs omschreef. Meyster kende dat gedicht vast, maar maakt een iets andere tegenstelling dan Vergilius als hij over Nimmerdor schrijft: “Waer de Natuur noyt schaft geen sulcke lafferijen,/Die ‘t oogh doen walgen sou, o neen! in ‘t minste niet:/Wat ‘s somers ‘t oogh behaeght, is ‘s winters geen verdriet.” Welke tegenstelling maakt Meyster?
Het geometrische paradijs
T is Nimmerdor rontsom, &c.
Heel na de kunst bepoot, op order, en op rijen,
Standvastigh in het staen, standvastigh in het groen:
Waer vindmen, segh my doch, een mensch soo in sijn doen?
Opdracht 14: Schrijf in een paar zinnen op wat Meyster bedoeld kan hebben met ‘op order, en op rijen’.

Tip: Deze plattegrond stond afgedrukt in Nimmer-dor berymt. Vergelijk die eventueel met wat je in dit fragment uit Den Nederlandtschen hovenier (1669) van Jan van der Groen aantreft om te zien wat met “op order, op rijen” bedoeld werd in Meysters tijd.
Het islamitische paradijs
T is Nimmerdor rontsom, van boven en ter zijen
Sagh dit een Zarazijn in ‘t woeste Barbarijen
Hy swoer by Mahometh, te zijn de selfde stee
Daer d’Alcoran belooft een eyndeloose vreê.
Opdracht 15: In de laatste regel van dit fragment staat ‘d’Alcoran’, en daarmee wordt de Koran bedoeld. Die werd in de zeventiende eeuw meermaals via het Frans naar het Nederlands vertaald. Meyster wist op die manier mogelijk wat er in de Koran staat over het paradijs.
Meyster zegt in dit fragment: zou een islamitische Saraceen Nimmerdor zien, dan zou hij bij de profeet Mohammed zweren dat deze plek gelijk was aan het paradijs in de Koran, waar “een eyndeloose vreê” wordt beloofd. Arabieren die zich woest, met gebruik van geweld, verzetten tegen wettelijk gezag werden in de tijd van Meyster Saracenen genoemd.
In de Nederlandse vertalingen van de Koran uit Meysters tijd is die omschrijving van het islamitische paradijs als plek van “eyndeloose vreê” niet letterlijk te vinden. Wat betekent het dat Meyster, in een fragment waarin hij de islam noemt, vrede naar voren schuift als belangrijkste kenmerk van Nimmerdor?
Het paradijs op aarde
T is Nimmerdor rontsom, van boven en ter zijen
Dat Kees een hemel noemt, maer ‘t zijn pluym-strijckerijen;
Het is een Paradijs, een Paradijs voor my,
Daer ick, al knoeyende, my in Gods werck verbly.
Opdracht 16: Ene Kees heeft Nimmerdor kennelijk ooit een paradijs genoemd, maar Meyster schrijft dat hij dat maar “pluym-strijckerijen” [=gevlei, complimentjes die je maakt om iemand voor je te winnen] vindt. Voor hemzelf is het wel een paradijs, die tuin, dat wil hij wel toegeven. “Daer ik, al knoeyende, my in Gods werck verbly”. Wat is de rol die Meyster voor zichzelf als mens beschrijft, ook in relatie tot God?
Het klimaat en het paradijs
Tijdens de zeventiende eeuw was er sprake van een regionale ” Kleine IJstijd” waarin de temperatuur gemiddeld een paar graden lager lag dan in de eeuwen daarvoor en daarna.
Opdracht 17: die klimaatverandering bracht veel economische groei voor de Nederlanden. De oogsten in Zuid-Europa mislukten, en daarom werd de handel van graan die de Nederlanden al veel langer rond de Oostzee opgezet hadden, heel winstgevend. Misschien dat Meyster daarom in Nimmerdor zoveel schrijft over de winter en koude temperaturen. In de schilderkunst zie je in die periode ook veel winterlandschappen zoals deze van Jacob van Ruysdael uit c. 1665:
Wat kunnen de redenen geweest zijn dat schilders en dichters zo vaak die winters centraal stelden?
Verwerken
‘t Is Nimmerdor rontsom, van boven en ter zijen:
Een By-hof om mijn huys, daer duysenden van Bijen
Den purp’ren Sparre-blos uyt suygen, om, getorst
Een blijden honingh-oegst te brengen aen haer vorst.
Nu je precies weet wat hier staat en waarom het er zo staat, ga je de stap nemen er voor anderen over te schrijven.
Doel van deze laatste opdracht is dat je alles wat je als lezer nu weet, denkt en voelt als schrijver over te brengen op een ander.
Opdracht 198 Kies uit opdracht A of B
| Opdracht A | Hulp |
In het gastenboek van Nimmerdor schrijf je als bezoeker een compliment aan Meyster, de eigenaar van de tuin waarin het woord ‘paradijs’ een belangrijke rol speelt. | Als je wat voorbeelden zoekt ter inspiratie, kun je kijken naar online gastenboeken over tuinen die je kunt bezichtigen. Wat schrijven bezoekers zoal? |
Schrijf een compliment van maximaal 5 zinnen. Bedenk daarbij dat een compliment ook iets over jou zegt. Als jij zegt: “wat een pracht paradijs met paden zo recht als potloden”, dan laat je ook merken dat jij wel houdt van een tuin waarin alles recht en strak is. | Bedenk wat je het meest aansprak in wat Meyster schreef over Nimmerdor als paradijs. Wat is kennelijk jouw eigen idee over een paradijselijke tuin? |
| Gebruik wat je in de regels van Nimmer-dor berymt voor je compliment: die regels laten zien waar Meyster zelf trots op is, en daar wil hij vast graag een compliment over krijgen. | – in Nimmerdor is het net zo plezierig als in het bijbelse, hemelse paradijs – Nimmerdor is zo groen als het heldenveld in de klassieke onderwereld – Nimmerdor is een wonder van symmetrie en geometrie – Nimmerdor is zo vreedzaam als het paradijs in de Koran – Nimmerdor is als een paradijs op aarde |
Check of je compliment echt complimenteus is: is er geen mogelijkheid dat Meyster het compliment verkeerd begrijpt? | Als je daar wat hulp bij wilt, kun je die hier vinden. |
| Opdracht B | Hulp |
Je bent zelf tuinontwerper, en wil een bedrijf beginnen rond tuinen die aangepast zijn aan het huidige Nederlandse klimaat. | Verdiep je, als je daar nog niet zoveel over weet, in dat huidige Nederlandse klimaat. Dan kan bijvoorbeeld via de site van het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut). |
Zoek naar een naam voor je bedrijf dat jouw idee over zo’n tuin in een beeld verwoord. | Dat beeld was voor Meyster “nimmerdor”. Als je je ogen dichtdoet en doet alsof je jouw klimaatbestendige tuin ziet, wat zie je dan? |
| Gebruik in je naam het soort pluspunten dat Meyster van Nimmerdor beschrijft. | – Nimmerdor is hemels – Nimmerdor overtreft klassieke idealen – Nimmerdor is een wonder van symmetrie en geometrie – Nimmerdor is vreedzaam a – Nimmerdor is een paradijs op aarde |
Zoek een naam en dus een beeld door eerst voor jezelf te beschrijven wat het beeld allemaal moet uitdrukken. | Als je daar wat hulp bij wilt, kun je die hier vinden. |
Bronnen
De Arabische Alkoran. Barent Adriaensz. Berentsma, Hamburg 1641.
De Alcoran, benevens Mahomets leven en een verhael van deszelfs reis ten een verhaal van des zelfs reis ten hemel. Alles van nieus door J. H. Glazemaker vertaalt, en te zamen gebracht. Amsterdam: Jan Rieuverts, 1658.
Backer, A.M, Blok, E. & C.S. Oldenburger-Ebbers (2021). De natuur bezworden. Een inleiding in de geschiedenis van de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur van de middeleeuwen tot het jaar 2005. Rotterdam: De Hef publishers.
Baetens, C. (2022). Beschutten en bevrijden . Pastoraal verlangen en ecofobie in het hofdicht Nimmer-Dor Berymt (1667) van Everard Meyster. Jaarboek Zeventiende Eeuw, pp. 87–101.
Biblia sacra […] (1599). Antwerpen: J. Moerentorf. [Moerentorf-bijbel]
den Dulk, S. J. (2021). Verlangen naar groene wandelingen: De wording van het stadspark in Nederland 1600-1940. Amsterdam
Buisman, J. & A.F. V. van Engelen (2000). Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen. Dl. 4, 1575-1675. Franeker: Van Wijnen.
Delumeau, J. (2000). History of Paradise. The Garden of Eden in Myth and Tradition. University of Illinois Press.
Geerts, A. (2011). Nimmerdor te Amersfoort. Buitenplaats en landgoedbos. Cultuurhistorisch overzicht. Aanbevelingen voor bosbeheer. Amsterdam: Oldenburgers historische tuinen.
Pires Fernandes, I. (2016). ‘The utopia of paradise in architecture – gardens, countryside, and landscape in Roman and Renaissance villas’. In: Monteiro, M.R. & M.S. Ming Kong (red.). Utopia(s) – Worlds and Frontiers of the Imaginary. London: Taylor & Francis Group, 41-46.
Tellegen, S. en L. Coppejans (1992). Verbeeldend lezen. Den Haag: Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum.
Tuplin, C. (1996). The Parks and Gardens of the Achaemenid Empire. In: Achaemenid studies. F. Steiner.
Vergillius in vertaling (2008). Athenaeum-Polak & van Gennep.
Vogelzang, F. (2021). Buitenplaatsen en de Kleine IJstijd: Water en klimaatverandering. Amersfoort: Nederlandse Kastelenstichting.
De Vries, W. B. (1998). Wandeling en verhandeling: de ontwikkeling van het Nederlandse hofdicht in de zeventiende eeuw (1613-1710). Hilversum: Verloren.