’T is Nimmerdor rontsom, van boven en ter zijde.
Wien sou dit niet aenstonds vergroenen, en doen vrijen?
Daer ’t hert en ziel vergroent, daer selfs de weeld’ ons noodt
Op groen fluweele mosch, in ’s menschen moeders schoot.
Meyster schrijft in dit fragment: “Nimmerdor, wie zou er niet meteen door opleven en verliefd worden? Waar hart en ziel opbloeien, waar het genot zelf ons nodigt tot het groen fluwelen mos, de moederschoot van de mens in.”
De tuin Nimmerdor vergelijkt Meyster hier met een ‘moederschoot’, de buik van een vrouw. Vrouwen werden in die tijd wel vaker vergeleken met de natuur. Ook Meyster strooit met dat soort vergelijkingen, en waarom?
Mensen maken in het algemeen vaak vergelijkingen omdat ze er iets mee willen bewijzen of aantonen. Als er iets gebeurt in Nederland wat mensen niet bevalt, zeggen ze bijvoorbeeld: “Nederland begint op Rusland te lijken”. Of op de VS, of op Frankrijk, of op China: het is maar net met welk land mensen dan een gelijkenis zien en maken.
Als dezelfde vergelijking heel veel gemaakt wordt, dan gaan mensen die als bewijs zien. Want dan moet de vergelijking wel kloppen, toch? Daarom kijken we naar de vergelijkingen van Meyster: zijn het vergelijkingen die in die tijd meer gemaakt werden, en wat bewezen ze precies?
De vraag wat vergelijkingen betekenen is vaak lastig te beantwoorden. Omdat soms onduidelijk is wat er nu precies met wat wordt vergeleken. In het voorbeeld van net: op welk punt lijkt Nederland op Rusland, de VS, of China of Frankrijk? Een vergelijking maken mensen vaak eerder als ze een beetje willen overdrijven dan als ze heel precies iets onder woorden willen brengen.
Wat vergelijkingen betekenen is ook een lastige vraag om te beantwoorden omdat in vergelijkingen beelden gebruikt kunnen worden die twee of zelfs nog meer betekenissen hebben. Iemand kan bijvoorbeeld zo dom als een uil zijn. Maar zo wijs als een uil.
Dat speelde in de tijd van Meyster ook rond het beeld van de natuur als vrouw. Kijk maar eens naar het boek Iconologia (1593) van de Italiaan Cesare Ripa. In dat boek konden kunstenaar zien hoe je iets zo kunt tekenen of beschrijven dat je lezers weten “ah, dit is een beeld dat eigenlijk staat voor ….”.
In 1644 verscheen de Nederlandse vertaling van de Iconologia en daarin staat de natuur afgebeeld als vrouw bij wie uit de borsten melk stroomt. En op haar arm zit een aasgier. De melk staat voor de voedende kracht van de natuur, de aasgier voor het vermogen van de natuur alles op te ruimen, zo legt Ripa uit.
Ripa, C., ‘Natura. Natuyre’. In: Cesare Ripa’s Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants, vertaald door Dirck Pietersz. Pers, Amsterdam 1644
Ripa, C., ‘Natura. Natuyre’. In: Cesare Ripa’s Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants, vertaald door Dirck Pietersz. Pers, Amsterdam 1644.
Voor we naar die vergelijkingen duiken, nog even dit. Meyster heeft bij Nimmerdor een voorwoord geschreven [=Bericht] dat zo begint:
Heer Leser, valt dit groen wat duyster in ‘‘t gesicht?
[=Meneer de lezer, is de groene inkt wat moeilijk te lezen?]
Meyster richt zich dus tot de mannelijke lezer. Die stelt hij deze vraag over de leesbaarheid van de groene inkt, en dan volgt er dit.
Niet dat min vryen doet, en meer blauw scheenen geeft,
Als die een focke-neus, en grijse hayren heeft.
De mannelijke lezer wordt dus gewaarschuwd: de groene inkt is misschien moeilijk te lezen, maar pak er geen bril bij. Want niets maakt een man minder succesvol in de liefde dan een bril op de neus [=focke neus] en grijze haren.
Je hoeft je er niets van aan te trekken dat Meyster zich alleen tot de mannelijke lezer richt, maar we brengen het hier wel onder je aandacht omdat de vergelijkingen die Meyster over de natuur maakt, allemaal over vrouwen gaan.
Verbeelden
Opdracht 1: Maken we die vergelijking nu ook nog, tussen vrouw en natuur? Bespreek dat met je klasgenoten.
- Tip: Het IFAW (International Fund for Animal Welfare) heeft een Nederlandse campagne gehad waarin Nicolette Kluijver opriep geld te doneren voor vrouwen die in Kenia als opzichter in een natuurpark werken en daar dieren beschermen.

Welke relatie tussen vrouw en natuur wordt hier gelegd?
Verklanken en vertalen
Opdracht 2: [NOG AANVULLEN]
Verbinden
De tuin als moederschoot
’T is Nimmerdor rontsom, van boven en ter zijde.
Wien sou dit niet aenstonds vergroenen, en doen vrijen?
Daer ’t hert en ziel vergroent, daer selfs de weeld’ ons noodt
Op groen fluweele mosch, in ’s menschen moeders schoot.
Meyster schrijft hier dus: “Nimmerdor, wie zou er niet meteen door opleven en verliefd worden? Waar hart en ziel opleven, waar genot zelf ons uitnodigt op het groen fluwelen mos, in de moederschoot van de mens.” We gaan stapsgewijs antwoord vinden op de vraag welke betekenis je aan de vergelijking tussen de tuin en de moederschoot kunt geven.
- stap 1: Over welk genot heeft Meyster het hier, welke uitnodiging geeft het groene mos precies?
- stap 2: Om zijn vergelijking tussen het groene mos en de moederschoot bewijskracht te geven, schrijft Meyster even later: “Op sulck een vloer, loof ick, heeft Adam sich verheught,/Eer d’appel-beet hem joegh uyt d’Edonsche geneught” [= Op zulke grond heeft Adam, zo denk ik, plezier gehad voordat een hap uit een appel hem uit het Paradijs verjoeg]. Waarin zit die bewijskracht precies?
- stap 3: Wat weet jij over mos, wanneer is dat groen? En wat zegt dat over hoe beschikbaar het genot is waarvoor Nimmerdor uitnodigt?
- stap 4: Naast genot, wat biedt de “moederschoot” nog meer, als je kijkt naar wat dat woord precies betekent? Mocht je die vraag niet meteen kunnen beantwoorden: een paar regels later schrijft Meyster over het mos als moederschoot dat het vooral uitnodigend is: “Voor kinderloose liên, en kinder-maeckerijen”.
- stap 5: Schrijf nu in een paar zinnen op hoe en waarom Meyster de tuin Nimmerdor volgens jou met een moederschoot vergelijkt.
De tuin als verstikster
T is Nimmerder rontsom, &c.
Waer in dat niemand my van buyten kan bespiden.
Het groen-belommert lof (soo akeligh, als dicht)
Dat sluyt’er selver uyt het al-bestralend licht.
In dit fragment wordt de tuin die als moederschoot zo geprezen werd, verstikkend genoemd [=”sluyt’er selver uyt het al-bestralend licht]. Wat voor kwaad kan de vrouw kennelijk ook voor de man betekenen?
- stap 1: Het “groen-belommert lof” [=het groene gebladerte dat schaduw geeft] van Nimmerdor is “akelig” [=maakt dat je je naar voelt] en “dicht” [=ondoordringbaar]. Wat kan vrouw natuur dus voor de mannelijke bezoeker betekenen?
- stap 2: Op een andere plek in Nimmerdor lezen we deze regels:
‘T is Nimmerdor rontsom, &c.My moordende met all’ de soete moorderijen
Haers soete groenigheyt; soo als een minnaer sterft
Van blijtschap, en van vreught, die ‘t soete ja-woord erft.
Dat klinkt ook niet al te positief: “moorderijen”, “moordende”: wat kan de vrouw de man nog meer aandoen? - stap 3: Zet alle betekenissen van de tuin als vrouw (ook die uit de vergelijking met de moederschoot) nu eens op een rijtje voor jezelf. Wat weet je al over de tuin als vrouw?
De tuin als onneembare vesting
T is Nimmerdor rontsom, &c.
Den vreemden onbekent, die kennis is by mij, en
Wie ‘t kennelijck besiet, die (wedd’ ick) selft bekent,
Dat elcke spar hier speelt voor een begroende tent.
In dit fragment kun je iets dubbels lezen. Iedereen die Nimmerdor zou zien, zou weten hoe geweldig de sparren in de tuin als groene tenten beschutting bieden. Maar niet iedereen kan dat weten: dat de tuin zo geweldig is, is ‘ vreemde onbekent’.
- stap 1: Tuinen werden in de tijd van Meyster vaak gezien en verbeeld als een hortus conclusus, een besloten hof. Hier zie je dat afgebeeld op een gravure van Wierix:
Wierix, J., Hortus conclusus / Maria met Christuskind in de gesloten tuin, prent, 1606, Amsterdam: Rijksmuseum, RP-P-1906-2092. Als je bedenkt dat dat afgesloten hof als een vrouw verbeeld wordt, zoals in Nimmerdor en ook op deze prent gebeurt, hoe lees je dan de regel dat vreemden deze tuin niet kunnen leren kennen zoals de ‘ik’? - stap 2: In dit fragment spelen de woorden ‘ onbekent’, maar ook ‘ kennis’ en ‘ kennelijk’ [=is te kennen, er is kennis van te nemen] een grote rol. In de bijbel kwam dat woord ook voor, bijvoorbeeld in dit bijbelvers: “Adam kende Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn” (Genesis 4:1). Wat kon het woord “kennen” in Meysters tijd dus betekenen?
- stap 3: Zet alle betekenissen van de tuin als vrouw nu weer op een rijtje voor jezelf. Wat weet je al over de tuin als vrouw?
De tuin en koning Winter
‘t Is Nimmerdor rontsom, &c.
Daer geen ongroene tijd haer groenheyt kan bestrijden,
Schoon selfs de Dorre-vorst met all’ sijn dorrigheyt
Op ’t Nimmerdorsche groen ten felst’ had aen-geleyt.
Dat koning Winter de vreemde zou kunnen zijn die Nimmerdor binnen zou dringen, dat lees je in dit fragment. In het gedicht wordt koning Winter een paar keer genoemd: hij is een ‘Guure-vorst’, ‘Sneeuw-vorst’ of, zoals hier, ‘Dorre-vorst’.
- stap 1: welke bedreiging gaat er op Nimmerdor van die ‘Dorre-vorst’, die het “ten felst” op de tuin “had aen-geleyt” [=zeer fanatiek de tuin binnen probeerde te dringen]?
- stap 2: Wat zou dit kunnen betekenen, als je bedenkt dat de tuin in dit gedicht als vrouw wordt verbeeld?
- stap 3: Waar eerst ongerepte natuur was, heeft Meyster de tuin Nimmerdor aangelegd. Ziet hij zichzelf ook als een belager van de natuur zoals koning Winter?
Verwerken
Uit alle voorgaande fragmenten zal je duidelijk geworden zijn wat Meyster wil bewijzen met de vergelijkingen tussen natuur en vrouw die hij maakt.
- stap 1: De rode draad in deze beelden is, en dat is dus de zienswijze die Meyster aan de lezer wil overdragen, dat de tuin vruchtbaar, zorgzaam en behaaglijk is, maar tegelijkertijd beheerst, beschermd en gecultiveerd moet worden omdat een losgeslagen tuin een man ook kan overmeesteren. Beredeneer of je deze zienswijze ziet als een vorm van onderdrukking door de man van de vrouw.
- stap 2: Beredeneer nu ook of je deze zienswijze ziet als een vorm van onderdrukking door de man van de natuur.
Bronnen
Gelderblom, A. J. (1991). Mannen en maagden in Hollands tuin. Interpretatieve studies van Nederlandse letterkunde 1575-1781. Thesis Publishers.