’T is Nimmerdor rontsom, van boven en ter zijde.
Wien sou dit niet aenstonds vergroenen, en doen vrijen?
Daer ’t hert en ziel vergroent, daer selfs de weeld’ ons noodt
Op groen fluweele mosch, in ’s menschen moeders schoot.
Meyster schrijft in dit fragment: “Nimmerdor, wie zou er niet meteen door opleven en verliefd worden? Waar hart en ziel opbloeien, waar het genot zelf ons nodigt tot het groen fluwelen mos, de moederschoot van de mens in.”
Nimmerdor vergelijkt Meyster hier met een ‘moederschoot’, de buik van een vrouw. Die vergelijking tussen vrouwen en de natuur werden in zijn tijd wel meer gemaakt. Waarom gebruikt Meyster ze?

Lees, als je dat nog niet gedaan hebt, eerst de homepage van deze site voor je verder gaat.
Mensen maken in het algemeen vaak vergelijkingen omdat ze er iets mee willen bewijzen of aantonen. Als er iets gebeurt in Nederland wat mensen niet bevalt, zeggen ze bijvoorbeeld: “Nederland begint op Rusland te lijken”. Of op de VS, of op Frankrijk, of op China: het is maar net met welk land mensen dan een gelijkenis zien en maken.
Als dezelfde vergelijking heel veel gemaakt wordt, dan gaan mensen dat vergelijken als bewijs zien. Want dan zal de vergelijking wel kloppen, toch? Daarom kijken we naar de vergelijkingen van Meyster: zijn het vergelijkingen die in die tijd meer gemaakt werden, en wat bewezen ze?
De vraag wat vergelijkingen bewijzen is vaak lastig te beantwoorden. Omdat soms onduidelijk is wat er nu precies met wat wordt vergeleken. In het voorbeeld van net: op welk punt lijkt Nederland op Rusland, de VS, of China of Frankrijk? Een vergelijking maken mensen vaak eerder als ze een beetje willen overdrijven dan als ze heel precies iets onder woorden willen brengen.
Voor we in de vergelijkingen tussen vrouwen en de natuur duiken, nog even dit. Meyster richt zich in het voorwoord van Nimmer-dor berijmt tot de mannelijke lezer:
Heer Leser, valt dit groen wat duyster in ‘t gesicht?
Hij vraagt die mannelijke lezer of de groene inkt misschien wat moeilijk te lezen is. En waarschuwt dan: als het als zo is, pak er dan zeker geen bril bij, want:
Niet dat min vryen doet, en meer blauw scheenen geeft,
Als die een focke-neus, en grijse hayren heeft.
Niets doet een man in de liefde meer een blauwtje lopen [=onsuccesvol zijn] dan een bril op de neus [=focke neus] en grijze haren.
Je hoeft je er niets van aan te trekken dat Meyster zich alleen tot de mannelijke lezer richt. Maar houd het wel in je achterhoofd als je de vergelijkingen gaat uitdiepen.
Verbeelden
Verbeelden kun je op een aantal manieren doen. Je kunt:
– optie 1: beelden bij de tekst vormen.
– optie 2: met jezelf in gesprek gaan over wat je leest.
– optie 3: proberen te ruiken, voelen of horen wat je leest.
In dit geval kiezen we voor optie 2.
’T is Nimmerdor rontsom, van boven en ter zijde.
Wien sou dit niet aenstonds vergroenen, en doen vrijen?
Daer ’t hert en ziel vergroent, daer selfs de weeld’ ons noodt
Op groen fluweele mosch, in ’s menschen moeders schoot.
“Met jezelf in gesprek gaan over wat je leest”, dat klinkt misschien vaag. Maar we weten uit onderzoek dat dat is wat veel lezers doen. Je leest iets, en een innerlijke stem geeft meteen reactie op wat je leest. De kans dat dat gebeurt, is het grootst als je iets leest wat je niet helemaal verwacht te lezen.
Dat is misschien in deze regels wel het geval: “een tuin van een ander waarin ik ga liefde ga zoeken?”, of “een tuin als een moederschoot waarin ik opgenomen kan worden?”.
Opdracht 1: Wat zijn jouw eerste gedachten over de natuur als vrouw die je uitnodigt liefde te zoeken?
- Tip 1: bedenk dat beelden vaak meer dan een betekenis kunnen hebben. Iemand kan bijvoorbeeld zo dom, maar ook zo wijs zijn als een uil. Is dat hier misschien ook het geval?

- Tip 2: De vrouw als beeld voor iets wat lust tot vrijen opwekt, en daarbij meteen het beeld van de vrouw als moeder, wat kon dat betekenen? In de tijd van Meyster had het beeld van de natuur als vrouw in ieder geval twee betekenissen, en die stonden vrij haaks op elkaar. Dat weten we dankzij het boek Iconologia (1593) van de Italiaan Cesare Ripa. In dat boek konden kunstenaar zien wat beelden betekenden.
In 1644 verscheen de Nederlandse vertaling van de Iconologia en daarin staat de natuur afgebeeld als vrouw met borstel vol melk en op wiens arm een aasgier zit. De melk staat voor de voedende kracht van de natuur, de aasgier voor het vermogen van de natuur alles op te ruimen, zo legt Ripa uit. Ripa, C., ‘Natura. Natuyre’. In: Cesare Ripa’s Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants, vertaald door Dirck Pietersz. Pers, Amsterdam 1644, 349.
Verklanken en vertalen
’T is Nimmerdor rontsom, van boven en ter zijde.
Wien sou dit niet aenstonds vergroenen, en doen vrijen?
Daer ’t hert en ziel vergroent, daer selfs de weeld’ ons noodt
Op groen fluweele mosch, in ’s menschen moeders schoot.
Als je 17e-eeuws Nederlands hardop voorleest, begrijp je het vaak beter. Dat komt omdat je dan op de klanken van woorden let (het klankbeeld), en niet op hoe woorden gespeld zijn (het woordbeeld).
Zo staat er in dit fragment ‘fluweele’ waar we nu ‘fluwelen’ schrijven. Als je ‘fluweele’ hardop voorleest, valt dat verschil weg en hoor je opeens welk woord er staat.
Opdracht 2: Misschien lees je wel nooit (meer) voor, en is dit even wennen. Maar lees de zinnen uit Nimmerdor hierboven een paar keer hardop voor jezelf voor. Ga ergens zitten waar niemand je kan horen, of doe het allemaal tegelijk in je klas, maar maak er wat moois van!
- Tip: er werd in het 17e-eeuws soms een ‘e’ achter een andere klinker gezet om die klinker langer te maken. Dus waar je ‘Daer’ ziet staan, kun je ‘Daar’ lezen. En ‘aenstonds’ is dus ‘aanstonds’.
Opdracht 3: Lees de zinnen nog eens hardop voor en probeer of je er een ritme in kan vinden.
- Tip: Om dat ritme je kunt kijken welke delen van woorden (lettergrepen) meer nadruk (klemtoon) krijgen.
Opdracht 4: Lees de zinnen nog eens hardop en kijk of je sommige woorden anders uit kunt spreken dan ze er staan, zonder dat je het ritme van de zinnen verandert.
- Tip: bijvoorbeeld ‘hert’ kan ‘hart’ worden.
Opdracht 5: Lees nu de zinnen nog eens hardop, maar doe nu alsof je ze aan iemand voorleest.
Nu gaan we de zinnen vertalen, omdat dat je dan te weten komt wat de woorden in die zinnen in de 17e eeuw betekenden, en hoe de zinnen in elkaar zitten.
In deze regels zie je bijvoorbeeld een punt staan na de eerste versregel, een vraagteken na de tweede. Dat geeft aan dat er op regel 2 een nieuwe zin begint, en op regel 3 ook. Er staat geen leesteken na de 3e regel, de 4e regel begint wel met een hoofdletter: is dat dan ook een nieuwe zin?
Opdracht 6: gebruik het online historische woordenboek WNT om alle woorden op te zoeken in dit fragment die je of niet kent, of waarvan je denkt dat ze in de 17e eeuw misschien iets anders betekenden dan nu.
- Tip 1: Een handleiding voor het gebruik van dit woordenboek vind je hier.
- Tip 2: Het woord ‘groen’ kan een letterlijke betekenis hebben (“de kleur groen, groen zijn”) maar ook een figuurlijke (“groen, nieuw zijn in de liefde”). Op deze prent zie je dat daarmee wordt gespeeld.

Jonge meisjes moesten uitkijken dat ze niet als groen blaadje dienden voor een oude man met geld.
De dood tikt de oude man op de rug. Anoniem, Nieuwen ieucht spieghel. Amsterdam, 1617, 193.
Opdracht 7 gebruik een chatbot om een vertaling voor je te laten maken.
- Tip 1: Je kunt de chatbot gebruiken die je meestal gebruikt.
- Tip 2: Misschien werkte je tot nu toe niet met chatbots, omdat ze veel energie gebruiken, of door bedrijven worden ontwikkeld die je niet wilt steunen. In dat geval is deze chatbot OLMo wellicht toch een optie voor je. Deze chatbot komt er in de The European Open-Source AI Index vergelijkenderwijs het beste uit als het gaat om respectvol gebruik van bronnen en energie.
- Tip 3: Als je een chatbot gebruikt, vraag dan goed door. Is de eerste vertaling die je terugkrijgt al goed, of zie je zelf dingen die de chatbot verkeerd doet (bijvoorbeeld omdat jij in het WNT een andere betekenis van een woord gevonden hebt dan de chatbot). Welke verschillen zie je, of wat kun je verbeteren aan wat de chatbot voor je maakte?
- Opdracht 8: leg alle informatie die je hebt nu naast elkaar, en maak een prozavertaling van het fragment die te begrijpen is voor je klasgenoten.
Verbinden
De tuin als moederschoot
’T is Nimmerdor rontsom, van boven en ter zijde.
Wien sou dit niet aenstonds vergroenen, en doen vrijen?
Daer ’t hert en ziel vergroent, daer selfs de weeld’ ons noodt
Op groen fluweele mosch, in ’s menschen moeders schoot.
Meyster schrijft hier dus: “Nimmerdor, wie zou er niet meteen door opleven en verliefd worden? Waar hart en ziel opleven, waar genot zelf ons uitnodigt op het groen fluwelen mos, in de moederschoot van de mens.” We gaan stapsgewijs antwoord vinden op de vraag welke betekenis je aan de vergelijking tussen de tuin en de moederschoot kunt geven.
Opdracht 9: Over welk genot heeft Meyster het hier, waartoe nodigt het groene mos precies uit?
Opdracht 10: Wat weet jij over mos, wanneer is dat groen? En wat zegt dat over hoe beschikbaar het genot is waarvoor Nimmerdor uitnodigt?
Opdracht 11: Naast genot, wat biedt de “moederschoot” nog meer? Gebruik gerust je verbeelding, en stel je dit vooral in enig detail voor want dat wil Meyster met dit beeld ook! Mocht je die vraag niet meteen kunnen beantwoorden: een paar regels later schrijft Meyster over het mos als moederschoot dat het vooral uitnodigend is: “Voor kinderloose liên, en kinder-maeckerijen”.
De tuin als verstikster
T is Nimmerder rontsom, &c.
Waer in dat niemand my van buyten kan bespiden.
Het groen-belommert lof (soo akeligh, als dicht)
Dat sluyt’er selver uyt het al-bestralend licht.
Opdracht 12: In dit fragment wordt de tuin die als moederschoot zo geprezen werd, verstikkend genoemd. De groene bomen maken het er ook akelig donker, en sluiten al jet licht buiten [=”sluyt’er selver uyt het al-bestralend licht”]. Wat voor kwaad kan de vrouw kennelijk ook voor de man betekenen?
De tuin als onneembare vesting
T is Nimmerdor rontsom, &c.
Den vreemden onbekent, die kennis is by mij, en
Wie ‘t kennelijck besiet, die (wedd’ ick) selft bekent,
Dat elcke spar hier speelt voor een begroende tent.
In dit fragment kun je iets dubbels lezen. Iedereen die Nimmerdor zou zien, zou weten hoe geweldig de sparren in de tuin als groene tenten beschutting bieden. Maar niet iedereen kan dat weten: dat de tuin zo geweldig is, is ‘ vreemde onbekent’.
Opdracht 13: Tuinen werden in de tijd van Meyster vaak gezien en verbeeld als een hortus conclusus, een besloten hof. Hier zie je dat afgebeeld op een gravure van Wierix. Als je bedenkt dat dat afgesloten hof als een vrouw verbeeld wordt, zoals in Nimmerdor en ook op deze gravure gebeurt, hoe lees je dan de regel dat vreemden deze tuin niet kunnen leren kennen zoals de ‘ik’?

Wierix, J., Hortus conclusus / Maria met Christuskind in de gesloten tuin, prent, 1606, The Metropolitan Museum of Art, 53.601.18(94).
De tuin en koning Winter
‘t Is Nimmerdor rontsom, &c.
Daer geen ongroene tijd haer groenheyt kan bestrijden,
Schoon selfs de Dorre-vorst met all’ sijn dorrigheyt
Op ’t Nimmerdorsche groen ten felst’ had aen-geleyt.
Dat koning Winter de vreemde zou kunnen zijn die Nimmerdor binnen zou dringen, dat lees je in dit fragment. In het gedicht wordt koning Winter een paar keer genoemd: hij is een ‘Guure-vorst’, ‘Sneeuw-vorst’ of, zoals hier, ‘Dorre-vorst’.
Opdracht 14: Waar eerst ongerepte natuur was, heeft Meyster de tuin Nimmerdor aangelegd. Ziet hij zichzelf ook als een belager van de natuur zoals koning Winter?
Verwerken
’T is Nimmerdor rontsom, van boven en ter zijde.
Wien sou dit niet aenstonds vergroenen, en doen vrijen?
Daer ’t hert en ziel vergroent, daer selfs de weeld’ ons noodt
Op groen fluweele mosch, in ’s menschen moeders schoot.
Nu je precies weet wat hier staat en waarom het er zo staat, ga je de stap nemen er voor anderen over te schrijven.
Doel van deze laatste opdracht is dat je alles wat je als lezer nu weet, denkt en voelt als schrijver over te brengen op een ander.
Opdracht 15: Kies uit opdracht A of B
| Opdracht A | Hulp |
Je moet voor de eigenaar van Nimmerdor een verkeersbord met tekst maken dat bezoekers door de tuin loodst. | In Nederland hebben we een aantal soorten verkeersborden: bijvoorbeeld om te waarschuwen, te verbieden of informatie geven. Kijk hier voor een overzicht als je wat inspiratie wilt voor het soort teksten dat op verkeersborden gebruikt wordt. |
| Bedenk of je je bord specifiek voor mannelijke of vrouwelijke bezoekers wilt maken, of voor iedereen. | In Nederland zijn er officiële, en niet-officiële verkeersborden. Die laatste soort kun je zelf bij een bedrijf laten maken, en mag je alleen maar op je eigen grond of terrein zetten. Officiële borden gelden voor iedereen, maar niet-officiële verkeersborden zijn er voor specifieke doelgroepen: zie dit voorbeeld. |
| Gebruik de regels van Nimmer-dor berymt, en wat je daarin aan vergelijkingen tussen de natuur, tuin en vrouw vindt om je tekst op het verkeersbord te schrijven. | – een tuin is een plek om te vrijen; – maar ook een plek die ondoordringbaar is, waar niet iedereen zomaar in mag; – en een plek die je kan overmeesteren en verstikken; – en een plek die alle natuurkrachten kan weerstaan. |
Maak een verkeersbord dat uitnodigend is: niet bepaald gedrag verbiedt, maar uitnodigt tot het gedrag dat je graag zou zien. | Als je daar wat hulp bij wilt, kun je die hier vinden. |
| Opdracht B | Hulp |
Je bent een vrouwelijke schrijver uit de tijd van Meyster en hebt je geërgerd aan Nimmer-dor berymt. Je start een polemiek met hem. Een polemiek is een woordenwisseling tussen twee schrijvers. Het woord ‘polemiek’ komt van het oud-Griekse woord ‘polemos’ = oorlog. | |
De meest effectieve middelen van schrijvers zijn humor, overdrijving en sarcasme. Bedenk hoe je die in kan zetten in je polemiek met Meyster. | Misschien kun je een voorbeeld nemen aan Nimmerdor-berymt zelf. Na ongeveer zegt de ‘ik’ daar: “Hola mijn pen! dat u de Grieten, en de Fijen niet doemen in de hel, om deez’ een-toonse zang, voor ‘t knorrig vrouwgeslacht zo moeilelijk, als lang.” (vers 250-253) [Hola, mijn pen, dat de meisjes u maar niet naar de hel wensen vanwege dit eentonige gedicht, dat voor het knorrig vrouwelijk geslacht zowel moeilijk als lang is]. |
Gebruik de regels van Nimmer-dor berymt, en wat je daarin aan vergelijkingen tussen de natuur, tuin en vrouw vindt om je over op te winden, en de aanval te openen. | – een tuin is net als een vrouw verleidelijk; – en niemand, zelfs de natuurkrachten, heeft er controle over. |
Maak een heel scherp punt, maar speel niet op de persoon Meyster maar op de ideeën die je in Nimmer-dor berymt vindt. | Als je daar wat hulp bij wilt, kun je die hier vinden. |
Bronnen
Gelderblom, A. J. (1991). Mannen en maagden in Hollands tuin. Interpretatieve studies van Nederlandse letterkunde 1575-1781. Thesis Publishers.
Gelderblom, A.J. (2006). Investing in your relationship. Learned Love
Proceedings of the Emblem Project Utrecht Conference on
Dutch Love Emblems and the Internet, 131-142. Den Haag: DANS.
Nieuwen Ieught Spiegel (1617). Amsterdam.
Tellegen, S. en L. Coppejans (1992). Verbeeldend lezen. Den Haag: Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum.